Evenwicht in geven en ontvangen

Klaar staan voor anderen. Helpen, je nuttig maken. Ja, vooral dat laatste: je nuttig maken en ook zijn. Want dat geeft een sterk gevoel van tevredenheid. Dat is in elk geval wat mij geleerd is. En wat ik heel lang heb gedaan. Ik hielp, ik ondersteunde, ik gaf. Hier stond echter weinig tegenover. Vanuit het credo: Een ander dienen en je eigen wensen aan de kant schuiven. Elk evenwicht ontbrak.

Nuttig

Op zich is er met dat nuttig niets mis. Het is handig om dat te doen wat nuttig is. Je kan bijvoorbeeld zin hebben om een middag lekker te gaan fietsen. Alleen niet handig als je hebt beloofd diezelfde middag een rapport op te leveren. Dan is het toch nuttiger om ’s middags te werken. Of, heel ander voorbeeld, het is heel nuttig om het hok van de konijnen regelmatig schoon te maken. Voor hen heel fijn als het niet al te vies wordt en voor mij vooral prettig als ik er niet al te lang mee wacht, want hoe langer ik het niet doe, hoe meer werk ik eraan heb. Niets mis met dit ‘nuttig’.

Toch kleeft er ook een minder prettig beeld aan dit nuttig. Als ik er beter naar kijk zie ik dat dit dan vooral is in combinatie met het werkwoord ‘maken’. Gelijk komt dan de zin: “Maak je eens nuttig in plaats van de hele middag met je neus in de boeken te zitten!” bij mij op. Met andere woorden: leg dat -vind ik- geweldige boek aan de kant en ga je moeder helpen, vindt zij namelijk veel nuttiger. Nu was dit niet iets wat vroeger bij ons thuis veel gezegd werd, ik lees dit echter wel in heel veel boeken (ik lees namelijk erg veel boeken, niet nuttig, ik weet het…).

Op deze manier heeft ‘nuttig’ toch een redelijk nare bijklank gekregen. Je bent namelijk pas nuttig als je klaar staat voor anderen. Hoe meer je een ander geeft, hoe beter het is. Dat je op z’n tijd ook iets voor jezelf wilt doen, sterker nog, ook wel eens iets wilt krijgen, dat is absoluut niet de bedoeling. Anderen zijn belangrijker, jouw behoeften komen aan de beurt als de rest tevreden is. En ach, als zij tevreden zijn, nou, dan ben jij dat toch ook.

De overtuiging die hieraan ten grondslag ligt is dat het beter is te geven dan te nemen. Nemen is namelijk zelfzuchtig en wie dat doet is slecht. 

Evenwicht

Met de jaren ben ik er, met vallen en opstaan, achter gekomen dat het een stuk prettiger voor iedereen is als er in dit geven en nemen een zeker evenwicht zit. Waarbij het ‘nemen’ meer een ontvangen is. Je geeft iets en krijgt iets. 

Dit geven en ontvangen hoeft trouwens helemaal niet met dezelfde persoon te zijn. Dat is nog zo’n overtuiging, de ‘voor wat, hoort wat’. Een helpen dat in verhouding staan tot elkaar. Resultaat: schuldgevoel. Want als iemand jou geholpen heeft, dan moet jij natuurlijk die ander helpen als die erom vraagt. Iets waar jij helemaal geen zin in hebt, maar toch doet, want…

Op het moment dat je gewoonweg geeft aan wie jij wilt geven, zonder hier iets voor terug te willen, komt er ook genoeg jouw kant op, wat jij vervolgens geheel onvoorwaardelijk mag ontvangen. 

Dit ontvangen is nog wel een ‘dingetje’, ik weet het. Alleen, bekijk het eens op deze manier: jij vindt het leuk om te geven, toch? Dan is het wel zo leuk als dit ook ontvangen wordt. 

Dus als iemand jou iets wil geven, is het wel zo prettig voor die ander als jij dat ook kan ontvangen. Onvoorwaardelijk. Dan kan jij weer iets aan een ander geven, die weer iets aan een ander geeft, die weer iets aan een ander geeft, die weer iets aan… jou geeft.

Evenwicht ontstaat als je onvoorwaardelijk kan geven en ontvangen.

Best een prettig evenwicht, zo’n kringloop van geven en ontvangen.

Hartelijke groet, Nicole

PS Meer bewuste tijd voor jezelf uittrekken helpt je om open te kunnen staan voor dit onvoorwaardelijke ontvangen. Schrijf je in voor de miniserie OPEN en ontvang vier oefeningen die je hierbij helpen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.